Verf erover

Link De Morgen

Koen Fillet woont vanaf vandaag een week lang in een Antwerpse galerie. Omdat zijn schilderijen daar hangen en omdat het hem menens is met dat schilderen. ‘Ik wil goed zijn.’

‘Ik ga toch ook iets boven dat bed moeten hangen? God, jongens, ik zie het nog niet, hoor.’ Nee, kalm is hij niet. Enkele dagen voor de tentoonstelling met zijn schilderwerk opent in de Antwerpse galerie C41, moet Koen Fillet zich het hoofd breken over welk werk hij aan welke muur gaat hangen. Veel beslissingen worden er deze dinsdagvoormiddag uiteindelijk niet genomen. Want er moet gepraat worden. Over zijn kunst, zijn visie, zijn dromen.

Hij vertelt veel. Te veel, zal hij later zeggen. Hij lacht ook vaak. Soms uit vrolijkheid, meestal uit een soort van verontschuldiging. ‘Ik doe maar wat’, omschrijft hij lacherig zijn radiowerk, en eigenlijk ook zijn leven. Ophouden met zichzelf te verontschuldigen, het is de grootste berg waar Koen Fillet nog over moet als kunstenaar.

Vorige zondag, vlak nadat De zevende dag een korte reportage over hem en zijn werk had uitgezonden, zei iemand hem op Twitter: ‘Wat echte kunstenaars onderscheidt, is focus. Je werk is goed. Maar stop nu maar met lacherig doen. Niet goed voor je geloofwaardigheid.’ Veel juister kan een tweet niet zijn, blijkt tijdens ons gesprek.

Toen Fillet negentien was, ging hij naar Sint-Lucas in Gent. Dat mislukte. Omdat zijn motivatie fout zat en hij niet matuur genoeg was. Niét omdat hij geen talent had. “Ik heb altijd geweten dat ik kan tekenen. Op de middelbare school verkocht ik mijn tekeningen voor tien frank aan de leerlingen die er niets van bakten. Voor de rest was die periode trouwens redelijk rampzalig: vaak van school veranderd, meermaals moeten dubbelen, en bijna altijd last gehad met de leraren.”

Meer dan vijfentwintig jaar had hij niks getekend. Ja, een kerstkaartje af en toe, maar ook niet meer dan dat. Tot hij vijf jaar geleden opnieuw lessen ging volgen aan de kunstacademie in Bornem, waar hij in de buurt woont. Na twee jaar tekenen was de tijd ook rijp voor schilderen.

En nu is het hem menens. En dus gaat hij een week lang in de galerie verblijven waar zijn werk is tentoongesteld. Het bed staat al klaar. En dus lees je op zijn website, in het Engels: ‘Koen Fillet has studied drawing and graphics at Sint-Lucas Gent.’ (Want studeren is niet hetzelfde als geen diploma halen.) En dus had hij expliciet gevraagd of kunstcriticus Eric Rinckhout zou meekomen naar dit interview. “Omdat ik ook beoordeeld wil worden door een echte kenner.”

Van opnieuw beginnen schilderen naar dat werk tentoonstellen is een grote stap. Wat heeft u over de drempel geholpen?

Koen Fillet: “Zolang ik uitsluitend in mijn atelier zat, noemde ik mezelf nog geen kunstenaar. Je mocht mij een schilder noemen, of een tekenaar, maar geen kunstenaar. Een half jaar geleden heb ik deelgenomen aan een groepstentoonstelling, en als je dan je werk voor het eerst ziet hangen op zo’n witte museummuur, dan zie je dat die schilderijen elkaar gaan beïnvloeden, en dat ze een nieuwe betekenis krijgen omdat andere mensen ernaar kijken. Toen besefte ik dat ik naar buiten moest komen met mijn werk.”

Maar eigenlijk heeft kunstenaar Hans Op de Beeck u definitief over de streep getrokken?

Ik was er klaar voor; ik had zelfs een afspraak gemaakt met Michel Vaerewijck, de eigenaar van deze galerie, maar ik had nog een geweldige duw nodig. En die heeft Hans me inderdaad gegeven. Een paar maanden geleden kwamen we elkaar tegen, en na enkele minuten bleek dat wij in een ver verleden nog samen schooltoneel hebben gespeeld. (lacht) Zoiets schept een band, natuurlijk. Maar toch heeft het nog enige tijd geduurd voor ik hem durfde te zeggen dat ik ook schilderde en of hij eens naar mijn werk wilde kijken.”

Aan de telefoon zei Op de Beeck dat hij erg bang was dat het werk niet goed genoeg zou zijn, en dat dan ook zou moeten zeggen.

Dat begrijp ik heel goed. Hij is niet de enige. Mijn boezemvriend Jan weet nog maar pas dat ik schilder en teken. Ik heb het hem nooit verteld omdat ik hem niet wilde aandoen dat hij negatief zou moeten zijn over iets wat mij zo dierbaar is. Maar voor die groepstentoonstelling had ik hem natuurlijk wel uitgenodigd. Hij stond daar met de tranen in zijn ogen. En hij zei: ‘Ik was zo bang om te komen, Koen.’ (zwijgt even) We waren dus allebei even blij dat hij mijn werk goed vond.”

Kunt u ondertussen wel zeggen van uzelf dat u een kunstenaar bent?

Als een definitie van kunst is dat het in een museum of galerie hangt, zullen de mensen vanaf nu wel zeggen dat ik een kunstenaar ben, veronderstel ik.”

Maar de vraag was of u het van uzelf kunt zeggen.

(stilte) “Het is een serieuze beslissing die je moet nemen. Ze is genomen, hoor, maar het kost mij gewoon nog moeite om het luidop te zeggen. Die tweet van enkele dagen geleden zei inderdaad veel: een échte kunstenaar onderscheidt zich door focus. En ik zou niet liever. Maar er zijn ook praktische zaken waarmee ik rekening moet houden. Ik heb bijvoorbeeld drie kinderen die op kot zitten. Ik hoop wel dat de verhouding tussen mijn radiowerk en mijn schilderwerk door deze tentoonstelling op zijn minst wat verandert. Maar in mijn wildste dromen hoop ik gewoon te kunnen leven van mijn schilderwerk.

Alleen: als je zoiets uitspreekt, zeker in een krant, dan is dat geen droom meer, maar dan wordt dat een ambitie. En ik ben geen man van ambities. Ik zeg altijd: ik doe maar wat. Zo leid ik mijn leven. Het is mijn vrouw die me dan terechtwijst: ‘Zeg dat niet, want je doet niet zomaar wat.’”

Wat zit daarachter? Bescheidenheid? Twijfel? Nog iets anders?

(lange stilte) “Ik ga daar niet te veel over uitweiden. Maar er is me vaak verteld dat ik voor niet veel deugde. Ik veronderstel dus dat er nog altijd een hunkering is naar graag gezien worden.

(duwt de tranen in zijn ogen weg, en glimlacht dan:) “Maar hé, mijn mislukte schoolcarrière heeft me wel hier gebracht. En eigenlijk ben ik wel content. Want het feit dat ik hier nu sta, in die galerie, is niet het gevolg van een reeks diploma’s, maar van mislukkingen. Dat is schoon.

Trouwens, een schilderij is dikwijls ook het gevolg van een hoop vergissingen en toevalligheden. Er hangt hier bijvoorbeeld een schilderij dat ik met mijn vingers heb vastgenomen terwijl de verf nog nat was, maar ik heb die afdrukken gewoon zo laten staan. Ik weet ook niet of het voor mij belangrijk is wàt ik schilder. Zodra ik begonnen ben, doet het er niet meer toe of ik nu een vrouw of een afvoerputje of een stuk van een container aan het schilderen ben. Dan is de betekenis nul. Waarmee ik bedoel dat er tijdens het schilderen iets gebeurt, waardoor niet die container, maar wel die verf het belangrijkste is.”

Hoeveel werk hebt u ondertussen?

In mijn atelier staan nog een stuk of tien, twaalf schilderijen waar ik minder tevreden over ben.

(valt even stil) Weet je wat ik me opeens wel afvraag? Of die openheid over mijn twijfels wel geapprecieerd wordt in de kunstwereld. Het kan gemakkelijk als een gebrek worden gezien, en dat zou mij de das omdoen. Ik ben een BV, zie je, en die bekendheid is tegelijk mijn sterkte en mijn zwakte. Ze geeft mij direct toegang tot ‘De Zevende Dag’ en ‘De Morgen’ – iets waar andere beginnende kunstenaars terecht jaloers op zijn – maar ze leidt er ook net toe dat ik kunstbladen als ‘De Witte Raaf’ of ‘(H)art’ niet bereik. En dat is een probleem. Want ik wil niet de BV zijn die ook schilderijen maakt. Ik wil de kunstenaar zijn die ooit radio heeft gemaakt. Tiens, heb ik mezelf nu toch horen zeggen dat ik een kunstenaar ben (lacht)?

Ik bedoel dat die kunstwereld een zelfzekerheid heeft die mij vreemd is. De journalistiek heeft dat ook, maar wat ik in mijn schilderijen doe, is precies het omgekeerde van wat ik in de journalistiek doe. Als journalist probeer je bij je publiek het effect te veroorzaken dat je bedoeld hebt. Als schilder wil ik net het tegenovergestelde bereiken. Mijn schilderijen zeggen veel over mij, maar dat verhaal krijg je er niet bij. Kijk zelf. Geef er zelf een betekenis aan. Laat mijn werk dus maar betekenis genereren. Ik ga die betekenis niet uitleggen, want dan ga ik in de weg staan van mijn eigen werk.”

Het is ook uit onvrede met de journalistiek dat u weer gaan schilderen bent. Hoezo?

Al de kritiek die geuit wordt op de journalistiek vind ik compleet terecht. Ondanks het feit dat Interne Keuken een eiland is waar ik heel graag vertoef, voel ik mij niet thuis in de journalistiek, en zelfs niet in de media.

Ik heb een groot probleem met de stelligheid van de journalistiek. Ik vind niet dat ze waarmaakt wat ze aan de samenleving belooft, namelijk de vierde macht zijn, controleren, aan de kaak stellen. Dat ze bovendien beweert dat ze daar wél in slaagt, stoort mij zelfs nog het meeste.”

Zijn WikiLeaks of SwissLeaks geen bewijs dat die vierde macht geen utopie is?

Dan hebben we het over de macro-economie van de journalistiek, maar in het dagelijkse werk zie ik toch vooral kluitjesvoetbal. Er gebeurt iets in de wereld, en iedereen op elke redactie begint naar dezelfde experts te telefoneren om enkele uren later toch maar een stukje klaar te hebben. Een veel te snel gemaakt product, op basis van halve informatie van mensen die allerlei belangen hebben om de journalist net dié informatie te geven: dat is de dagelijkse actuajournalistiek.

“Op zich is dat misschien niet eens zo erg, maar het zou eerlijker zijn als journalisten dat ook zouden toegeven in plaats van zich op de borst te kloppen en te zeggen dat ze als vierde macht de wereld controleren.

Joris Luyendijk zegt het zo: wat wij de actualiteit noemen, zijn uitzonderingen. Iets is namelijk pas nieuws als er van de regel wordt afgeweken. Als je je baseert op kranten of tv-journaals, dan ben je dus perfect op de hoogte van hoe de wereld niét draait.

Het moet beter in de journalistiek, en het moet dringend gaan gebeuren, maar ik heb het wel gehad: ik ga er niet meer aan meedoen. Daarnaast speelt er ook iets persoonlijks mee. Als je in de media werkt, dan sta je op een podium en ben je een personage. Ik ben niet noodzakelijk de Koen Fillet die je op de radio hoort. Jullie weten dat, want jullie hebben ook zo’n job, maar de meeste mensen weten dat niet. Ik heb het daar moeilijk mee. Als ik schilderijen maak, kan ik tenminste zeggen: kijk naar mijn werk in plaats van naar mij te kijken.”

Van welke schilders houdt u zelf?

Dat is erg uiteenlopend. Ik zie graag verf. Peter Doig bijvoorbeeld, een Schotse schilder. Hij schildert zijn werk kapot. Je ziet de verf ervan afdruipen, je ziet dat er accidenten gebeurd zijn tijdens het schilderen. Dat moet ik zelf ook nog meer doen, mijn werk kapot schilderen.

Wat ik belangrijk vind aan schilderijen, is dat ze op een of andere manier leesbaar zijn. Ik hou niet van kunst die niet zonder uitleg kan. Nochtans heb ik een grote bewondering voor Raoul De Keyser. Zijn schilderijen zijn de abstractie zelve, maar ze zijn zo juist geschilderd. Waarom precies, dat kan ik niet uitleggen, daar moet je voor gestudeerd hebben. Ik kan alleen maar zeggen dat ik geweldig hou van zijn verf, hoe hij laag na laag zoekt en tast tussen al die kleuren.

“Welke kleuren er allemaal onder de bovenste laag zitten, kun je trouwens enkel aan de zijkanten van zijn schilderen zien. Nu ik er zo over nadenk: iemand moet daar ooit eens een boek over maken, over de zijkanten van de schilderijen van Raoul De Keyser. Misschien moet ik dat zelf doen. Of nee, wacht, ik ben geen journalist meer (lacht).”

Stel dat u opnieuw zou mogen beginnen, zou u het dan anders doen?

(zonder aarzelen) “Ja. Dan zou ik deze beslissing tien jaar geleden genomen hebben. Niet twintig jaar geleden, toen zou ik het niet gekund hebben. Je moet ook een zekere maturiteit hebben om iets te kunnen vertellen met je schilderijen.”

Wat vinden uw vrouw en kinderen eigenlijk van uw heroriëntatie?

Ze zijn er allemaal positief over, maar ze reageren allemaal anders. Mijn vrouw houdt wel van hedendaagse kunst, maar ze vindt het een hoogdrempelige ontoegankelijke wereld. En daarin heeft ze gelijk.

Vindt ze uw werk dan ook ontoegankelijk?

Nee, ze vindt mijn werk eerder droef. Bij de reeks over aartsbisschop Léonard, bijvoorbeeld, staan bijschriften als ‘Léonard bidt voor het zielenheil van Osama Bin Laden’, of ‘Léonard bidt voor het zielenheil van George Bush’. Ergens staat er ook: ‘Léonard bidt voor het zielenheil van Koen Fillet’. Dat vindt ze heel erg. Omdat ik mezelf altijd naar beneden haal, en ze dat dan ook in mijn werk ziet.

Mijn vrouw steunt mij dus op allerlei praktische manieren. En stilaan staat ze ook wel achter het idee dat de verhouding tussen mijn radiowerk en schilderwerk gaat veranderen. Maar simpel is het niet. En dat begrijp ik. Ik vind het bijvoorbeeld zelf ook nog altijd lastig om voor 500 euro doek te gaan kopen. Want dat is verdorie 500 euro minder voor het gezinsbudget.”

Nu we toch bezig zijn over geld: hoeveel moet een Fillet kosten? En hoe doet u aan prijszetting?

Pfff, dat is zo moeilijk, die prijzen. Als je te veel vraagt, ben je arrogant, als je te weinig vraagt, ben je niet geloofwaardig. Maar die ‘te weinig’ is voor veel van mijn vrienden al te hoog. Ik heb vorige week een prijzenlijst gestuurd naar Hans, en hij vond dat ze te laag waren. Ook met Michel blijf ik erover discussiëren. (aarzelt) Ik geneer me echt om er iets over te zeggen. Maar de mensen gaan er naar vragen in de galerie, ik weet het, dus kom: een gemiddeld doek zal rond de 2.000 euro kosten, voilà. De kleinere werken zullen rond de 900 euro zijn. Ik hoop toch iets te verkopen, dat is wel belangrijk, denk ik. Je werk moet verspreid raken, er moet over gepraat worden.”

Wat hoopt u uiteindelijk te bereiken?

Een beeld maken dat voor sommige mensen onvergetelijk of onuitwisbaar is. Een beeld dat intrigeert en verrast, waar je langer dan acht seconden naar kijkt. Ik wil goed zijn. (zwijgt even) Dat mijn boezemvriend Jan met de tranen in zijn ogen stond op die tentoonstelling, betekende enorm veel voor mij. Als de mensen rondom mij zeggen dat mijn werk oké is, kan ik het op den duur zelf misschien ook geloven.”

(Sofie Mulders en Eric Rinckhout)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.