IN/OUT, C41 Exposure Antwerpen, 27/02/2015

Inleiding door Hans Op De Beeck

Beeldend kunstenaar Koen Fillet schildert zijn beelden. Dat schilderen is een hertalen van de wereld en de beelden om ons heen. Uit de overvloed aan de ons dagelijks omringende beeldinformatie plukt hij elementen, isoleert hij details, interpreteert hij vormen, kleuren, uitsneden en proporties. Het medium –het schilderen- past hem als beeldenmaker als gegoten; de tijd en de concentratie voor het verwerken en abstraheren van gevonden beelden, het onderweg zijn van het schilderen laten Fillets eigen inhoud en stem ontstaan.

Die inhoud is allesbehalve eenduidig. Fillet werkt tot dusver niet in grote thematische bewegingen, maar sprokkelt een inhoudelijk zeer uiteenlopend geheel van beelden bij elkaar. Zijn aanpak zorgt ervoor dat dit jonge oeuvre als geheel niet eenduidig of vlak is, maar de toeschouwer toelaat de lezing zelf in te vullen, vrij te associëren en zelf een inhoudelijke weging te maken.

Fillet reikt weliswaar veel aan, maar hij neemt geen moraliserend standpunt in. Wanneer hij het schilderijtje van een op de grond liggende, levenloze man ‘Winter’ (2015) noemt, en dat van een dode vrouw in een gelijkaardige situatie ‘Zomer’ (2014), verwijst hij naar de seizoensgebonden kleuren en het licht waarin deze lichamen baden, en niet naar een oorzaak –een moord bijvoorbeeld- of pakweg een nieuwsfeit. Het onspectaculair in beeld brengen, de dramaloze duiding van de titels en het intimistische formaat van beide werken, brengen de dood op een muisstille manier. Wars van pathos worden deze beelden hierdoor indringender, onderhuidser. Geweld en horror plaatsen we graag ver van ons, bijvoorbeeld in de extreme context van een overzees oorlogsgebied. Maar wanneer gruwel zoals hier heel klein en alledaags in beeld wordt gebracht, komt alles plots erg dichtbij, en snijdt het beeld trager en dieper.

Dat deze werken rond de dood in de tentoonstelling worden samengebracht met schilderijen die inhoudelijk beduidend lichter aanvoelen, zoals een kapstok met schorten (‘Thirteen’, 2014), een afvoerputje (‘Hole’, 2014) of een haast kalligrafisch geschilderd ventilatierooster (‘Frans Spaestraat 35’, 2013), versterkt de uitnodiging van de kunstenaar aan de toeschouwer om een en ander zelf ethisch te wegen. De hiërarchie in zo’n ethische lezing van het geheel van de beelden laat Fillet graag aan de toeschouwer over.

De ogenschijnlijk alledaagse beelden van al dan niet anonieme figuren, omgevingen, objecten en rekwisieten –waarin de inhoud uiterst suggestief blijft- worden afgewisseld met werken waarin Fillet vanuit een meer concreet gegeven vertrekt. ‘A hell of a job’ (2015) is zo’n werk waarin dertig schetsmatige variaties van een biddende aartsbisschop werden gebaseerd op een uitspraak van de man in kwestie. Daarin zegt de geestelijke dat hij ook bidt voor hen die wij als onmenselijk beschouwen, zoals moordenaars of verkrachters. De repetitie van het beeld verwijst hier naar telkens een nieuw gebed voor een andere misdadiger. Maar los van dit vertrekpunt, zorgt deze vormelijke herhaling van het portret –een decoratief motief haast- voor een sterke mate van vervreemding, en weekt het beeld zich zo weer los van het initiële vertrekpunt. Op die manier zijn Fillets meer naar de actualiteit of geschiedenis verwijzende beelden niet illustratief of anekdotisch, maar krijgen ze de breedte en openheid van het andere werk. Inhoudelijke ernst en vormelijke speelsheid alterneren.

Opvallend in Fillets schilderijen is ook het kleurgebruik. Men kan zich dit oeuvre voorstellen in gedempte, vale, gedesatureerde kleuren, maar het is net verfrissend dat de kunstenaar voluit voor kleur kiest. Witte werkschorten aan een kapstok (‘Thirteen’, 2014) wemelen in Fillets pallet van de kleurtoetsen. Een historische dame, Frau Kopper (2014) genaamd, portretteert hij met een volledig blauw gelaat en knalrode toetsen in het haar, en een detail van een scheepscontainer (‘Container’, 2014) kwastte hij in een heerlijk voldragen geel.

Fillet speelt daarnaast ook vormelijk een spel met onze waarneming. In verscheidene werken plaatst hij driedimensionaal aandoende beeldfragmenten op een nadrukkelijk platte achtergrond van kleurvlakken. In dat soort beslissingen laat hij duidelijk constructie en deconstructie voelen, creëert en breekt hij de illusie van het geschilderde beeld in één beweging. In bepaalde werken leidt dit tot licht absurde resultaten, zoals in ‘Vanishing Lady’ (2014) waarbij een ten voeten uit in beeld gebrachte dame een been mist en haar hoofd volledig buiten beeld blijft. Zoals in het grote doek ‘De terugkijkster’ (2014), een beklijvend vrouwenportret in hoofdzakelijk felgroene en –rode tinten, voel je ook hier het onderzoekende schilderproces, het spel en het spelplezier van de schilder die op een gegeven moment beslist dat het schilderij het van hem als auteur overneemt.

De heldere kleuren en de vaak schetsmatige toets houden dit oeuvre erg fris en verteerbaar zonder dat het oppervlakkig wordt; wellicht integendeel. De diepere lagen vind je tussen de lijnen van het beeld en de titel van een werk geeft weleens een hint naar waar een en ander vandaan komt. Wie zich de moeite getroost een naam of andere verwijzing uit een titel te googelen, krijgt wellicht een andere kijk op bepaalde schilderijen. Niettemin worden deze bijkomende elementen door Fillet niet ingezet ter inhoudelijke legitimatie.

Het is voor de kunstenaar het beeld, niets meer of minder, dat spreekt en dient te spreken. Het is het beeld dat tot beleving en reflectie uitnodigt, op een nu eens stille en intimistische, en dan weer genereuze en levendige manier.

HANS OP DE BEECK