Ik ben nu wel uitgeradiood

Link De Standaard

Slechts een handvol vrienden wisten ervan, maar nu kan radiomaker Koen Fillet niet meer zwijgen: ‘Ik ben geen journalist, ik ben kunstenaar.’ Hij zegt het stellig, als een mantra. Maar toch. Met een bang hart.

In galerie C41 in de Antwerpse Kronenburgstraat is het kil. Een elektrisch vuurtje puft warme lucht, maar op het einde van dit gesprek zijn onze tenen en handen ijsklompen. Onder een voorlopig titelloos schilderij in olieverf staat een metalen eenpersoonsbed met een kale matras. Straks zal Koen Fillet hier een hele week slapen. Als statement. ‘Om duidelijk te maken dat dit geen hobby is. Ik wil niet versleten worden als de schilderende BV. Dit is mijn leven.’ Dan fluistert hij: ‘Misschien dat ik af en toe ga valsspelen en thuis even ga douchen.’

Fillet is net klaar met zijn werken op te hangen, twaalf acryl- en olieverfschilderijen. Een verluchtingsrooster, een afvoerputje, een detail van een knalgele container. Linksboven, vlak aan de ingang, hangt een groot, woest portret van een vrouw. ‘Dit werk wou ik erbij omdat het lelijk is’, zegt Fillet. ‘Ik schilder graag dingen kapot. Voorbij de pure esthetiek. Met druppende verf, met fouten die ik met opzet niet corrigeer.’

Op de vraag of hij het niet vreemd vindt, hij die al dertig jaar journalistiek bedrijft, om zelf geïnterviewd te worden, antwoordt hij rap: ‘Ik ben eigenlijk geen journalist, ik ben kunstenaar.’

Wanneer besefte u dat, dat u kunstenaar bent?

‘Ja, dat is een groot woord natuurlijk. Iets heel anders dan ‘schilder’, zoals ik mezelf eerst durfde te noemen. Misschien omdat kunst zo ondefinieerbaar is. Omdat ik niet wist ik niet wat dat was, kunstenaar zijn. Tot ik ontdekte dat er een essentieel verschil is tussen een werk dat staat te verstoffen in mijn atelier en een schilderij dat in een galerie hangt. Dat ervoer ik voor het eerst toen ik een jaar geleden een paar werkjes toonde op een groepstentoonstelling die mijn broer organiseerde. Pas als mensen ernaar kijken, krijgt het betekenis.’

Hoe heeft u dit zo lang geheim kunnen houden?

‘Zo geheim was het niet. Een jaar of twee geleden had ik al een veertigtal mensen die ik van goede smaak verdacht, gemaild met de vraag of ze af en toe feedback op mijn werk wilden geven. De suppoosten, noemde ik hen. Intussen stapelde het werk zich op. Ik moest er wel iets mee doen. Ik heb het aangedurfd mijn werk te laten zien aan Hans Op de Beeck (beeldend kunstenaar, red). Hij heeft me overtuigd ermee naar buiten te komen.’

Hoe lang bent u hier dan al mee bezig?

‘Ik heb altijd al getekend. Eerst als kind, en ik heb ook even vrije grafiek op Sint Lucas gedaan, maar dat werd niets. Daarna heb ik er dertig jaar nauwelijks iets mee gedaan. Tot ik weer zin kreeg. En meer ruimte, omdat ik niet meer dagelijks hoefde te presenteren. Twee jaar geleden begon ik met schilderen in de slaapkamer, maar alles stonk naar de terpentijn. Al vrij snel heb ik een atelier gehuurd. Daar trek ik heen op vrije dagen, en ’s avonds, als het gezin tot stilstand is gekomen.’

‘Groeiende ongemakkelijkheid met journalistiek en de media hebben ertoe geleid dat Koen naar zijn schildersezel is teruggekeerd’, staat er op uw website.

‘De openbaarheid van mijn job, daar heb ik het moeilijk mee. Als ik een vraag stel op de radio, denkt de luisteraar dat ik dat ben, terwijl ik een rol speel. De mensen denken dat ze me kennen, maar ze kennen mij niet. Dat vind ik hoe langer hoe moeilijker. Al heb ik bijna dertig jaar lawaai heb staan maken, ben ik meer iemand van de stilte.’

U bent altijd zo nieuwsgierig. Dat is de basis van Interne Keuken. Is dat dan ook een rol?

‘Nieuwsgierigheid is zeker een aspect van mij. En voor mijn radiowerk vergroot ik dat uit. Maar het is vooral dat voortdurend op een podium staan waar ik moe van word. Je geeft jezelf toch de hele tijd bloot. Terwijl ik dit zeg, besef ik: met die schilderijen geef je jezelf ook bloot hé, Fillet!

Maar er is nog iets. Een journalist verwoordt zo exact mogelijk wat hij bedoelt, de betekenis moet meteen duidelijk zijn. Dat staat compleet in contrast met schilderkunst. Ik maak een schilderij, daar komen tien mensen voor te staan en die denken daar allemaal iets anders bij. Heerlijk! In de journalistiek zou dat een probleem zijn.

We leven in een tijd van polarisatie, de journalistiek is daar.. (aarzelt) schuldig aan. Als journalist draai je op zijn minst mee in die molen, dat ben ik moe.’

Dertig aartsbisschoppen

In/out, Getting over, moving in. Getting over, moving on. De titel van Fillets solo vat zijn worsteling met de overgang naar een nieuw leven samen. Weg van het correcte, naar een plaats waar twijfel mag. Toch sluipt Fillets journalistieke reflex in zijn artistieke werk. Zoals in A hell of a job: dertig portretten – in een opstelling die een glasraam evoceert – van een biddende aartsbisschop Leonard. ‘De aartsbisschop bidt voor Hitler’ staat er bij, ‘voor Bin Laden, voor Stalin, voor Dutroux’, enzovoort. Fillet was gefascineerd door een uitspraak van Leonard: dat hij soms bidt voor de hopeloze gevallen, zoals Hitler.

‘Af en toe denk ik, verdorie, ik laat me vangen door de actualiteit. Maar ik  vond het zo bizar, dat zo iemand denkt dat bidden invloed kan hebben op de ziel van Hitler. Dan kan ik het niet laten daar iets mee te doen. Toch denk ik dat het anders is dan journalistiek. Het verhaal erachter, daar kunnen mensen zich aan ergeren, maar opnieuw: het werk op zich kan ze alleen maar aan het denken zetten, zonder te polariseren.’

In alle eerdere interviews die u gaf, komt steeds iets terug: ‘ik heb mezelf bij de radio gebluft’, ‘ik ben niet gedreven’, ‘ik heb geen ambitie’, …

‘Ik doe zomaar wat. Ja ja , ik weet het, mijn twijfel.’

Nu staat er stellig op uw website: Koen Fillet, painter.

‘Ik moest van Hans Op de Beeck. Je moet professioneel naar buiten komen, zei hij.’

Zou u dat uit uzelf nooit geschreven hebben?

‘Het is mijn natuurlijke reactie om mezelf te relativeren, ja. Nu durf ik wel te zeggen: dit was een droom. Maar als je een droom in de krant uitspreekt, dreigt dat een ambitie te worden. En een droom die mislukt, klinkt minder erg dan een ambitie die mislukt.’

Bent u bang?

‘Een week geleden nog wel. Nu denk ik dat het oké is. Da’s toch wel heel wat uit mijn mond: ik vind het oké. Het is wel spannend hoe de kunstwereld hierop gaat reageren. Als je serieus genomen wilt worden, mag je niet zeggen dat je schildert louter omdat je het graag doet. Je moet een discours hebben. Dat ben ik nog aan het ontwikkelen. Mijn werk heeft voor mij allerlei betekenissen, er zijn wel degelijk dingen die ik verwerk in mijn schilderijen, maar dat is van mij. Mensen die mij heel goed kennen kunnen mijn persoonlijke worstelingen er wel uit halen. Maar kunst genereert ook zelf betekenis. Luc Tuymans zei onlangs in een interview: “Het is stilaan tijd dat ik zwijg en mijn werk voor zich laat spreken. Dat deed mij plezier. Ik hoop dat ik het daar ook ooit bij kan houden.’

Vorig jaar verdween u een tijdje uit de ether, had dat daar iets mee te maken?

‘Ik heb me inderdaad een maand laten vervangen toen. Dat was heel hard nodig. Ik zat met die vraag: geef ik hier alles voor op? Ik was uitgeradioot, maar ik durfde het nog niet uit te spreken. Ik had het gevoel dat ik een keuze moest maken. Nu denk ik dat ik dat het niet per se of-of hoeft te zijn. Ik maak Interne Keuken heel graag. Inhoudelijk vind ik het nog steeds zeer boeiende onderwerpen. Maar het ambacht, radio maken, daar ben ik wel klaar mee.

Kunnen ze daar bij de VRT mee lachen?

(fluistert) ‘Dat zal me worst wezen. (lacht) Nee, serieus, ze weten dat wel.’

U zegt dat u geen schilderende bv wil zijn, maar als puntje bij paaltje komt…

‘Weet ik, weet ik. Jij staat hier ook omdat ik bekend ben. Ik weet niet of dat een voor- of een nadeel is. Als het goed is, zal ik een grotere schouderklop krijgen dan iemand die gelijkaardig werk maakt, maar onbekend is. Als het slecht is, zal de kritiek veel scherper zijn. En daar komt bij dat mijn bekendheid voor mainstream media een reden is om mij uit te nodigen, maar door de kunstwereld verdacht zal lijken. Daar ben ik echt benieuwd naar, hoe dat zal uitdraaien. En dan is Hans Op de Beeck een geweldig cadeau. Dat die zegt het is oké, betekent heel veel. Dat hij komt spreken op de vernissage, daarmee krijg ik credibiliteit cadeau.’

Denkt u niet dat u wat meer zult moeten opofferen om te leven als kunstenaar?

‘Met plezier. Ik wil niet liever. De ware kunstenaar heeft focus, tweette iemand. Ik heb die vrouw geantwoord dat ze overschot van gelijk heeft.’ We zullen zien hoe het uitdraait.

Luistert u eigenlijk naar de radio als u schildert?

‘Nee! Ik luister bijna nooit naar de radio. De stilte is zalig.’

(Joyce De Badts)