De interne schilderskeuken (Joe Oostvogels, nieuwsbrief)

De interne schilderskeuken van Koen Fillet –  Ruimte 34, Berchem (vernissage),  vrijdag 5 mei ’17

Voor grote gebeurtenissen laten wij ons professioneel begeleiden:  in het gezelschap van 4 nieuwsgierige vrouwen (Karin, Ilse, Riet en Hilde) betreden wij Ruimte 34 Berchem voor de vernissage van “Koen Fillet:  The Trail”, alias 13 doeken (zes kleine, zes van gewoon formaat en één monumentaal exemplaar van 275×250 cm)  die allemaal gebaseerd zijn op een door de kunstenaar bekeken youtube-filmpje van een vermolmde trap of loopbruggetje.

Luc Tuymans maakt school, zou je zeggen (cfr zijn recente veelal tegenvallende variaties op smartphonefoto’s),  maar waar Fillet in het begin van zijn nog jonge schildersloopbaan wel erg veel door Tuymans beïnvloed leek, is dat nu toch veel minder het geval.   Over “The trail”  kan je van alles zeggen, maar niet dat het meta-kunst is, in de zin van Tuymans.  Het is integendeel schilderwerk dat vooral door de formele aspecten van de schilderkunst bevrucht is:   compositie, kleur en lichtinval.    Of je al dan niet thematische reflecties over “The trail” wil maken staat iedereen vrij, maar het is een zaak van de beschouwer, niet van de schilder. Zègt Fillet (ook in een interview dat ter inzage ligt).    Het doet ons denken aan Edward Hopper, door iedereen benoemd als de schilder der existentiële eenzaamheid (annex stadsaliënatie),  terwijl hij zelf koppig bleef beweren dat hij uitsluitend geïnteresseerd was in de wijze waarop licht een kamer binnenviel.

Beide partijen hebben natuurlijk gelijk, zowel in het geval Hopper als in dat van Fillet.  Je bent geen schilder als je niet met de technische aspecten ervan gepreoccupeerd bent.   Maar techniek alleen riskeert een lege doos te scheppen.   En lege dozen kunnen dan wel mooi zijn, ze blijven leeg.

Dat is gelukkig niet zo in casu “The trail”.   Die titel is al erg aardig.  Niet “De trap”  of “Het bruggetje van niks”, maar een haast mythisch klinkende noemer die vele ladingen kan dekken, zodat de kijker er zijn eigen interpretatie kan op loslaten.   Een trail  is in Amerika een forse wandelweg (The Appalachian trail bv), en het is ook een Android-app op Google Play, die avontuur en fortuin belooft on a vast journey across country unknown.   Geen flauw idee of Koen Fillet zich van deze associaties bewust was, maar het zou ons niet verbazen, wetende dat hij wel meer over z’n titels heeft nagedacht in het verleden.    Mogen we dit werk aldus als een brokkelige levensweg interpreteren – langs alle invalshoeken belicht, en misschien knipogend naar “De man die de leegte voortduwt”, een poos geleden te zien in Dr. Guislain?   Ja, natuurlijk mogen we dat, Fillet laat de recipiënt daar volledig vrij in, maar de aanzet levert hij, met een titel als deze die je bovendien kan verbinden met eerder werk van zijn hand.

Deze door CAPS voorbeeldig omkaderde presentatie omvat eveneens een uitstekende tekst van Eric Rinckhout, die nu eens niet uitblinkt in artistiek geblaat, maar zeer ter zake handelt over de manier waarop Fillet omgaat met wit en zwart (dat Fillet zelf mengt op basis van kraplak en phtalo groen – nou moe, alweer twee woorden bijgeleerd), en hoe hij ons wil doen kijken, weg van de waan van de dag.   Inderdaad, er zit veel nuance in deze doeken.   Toch vermoedt Rinckout eveneens dat Fillet ons iets wil vertellen – ons gedacht.  En volgens ons gaat dat verder dan “gebruik je ogen”.    Voor een journalist/radiomaker die beroepshalve vooral de actualiteit achterna holt, en van zichzelf beweert dat hij wel eens vreesde de burn-out nabij te zijn, lijkt een existentieel rustpunt van goudwaarde.   Schilderen is ongetwijfeld hard werken, zeker als je blijkgeeft van de compositorische  finesse die Fillets doeken vertonen, maar het leidt tot bevrediging die de waan van de dag nooit kan verschaffen. Nu zijn we aan het psychologiseren, maar het lijkt ons een activiteit die je moeiteloos kan vergelijken met een item over de Amerikaanse bioloog Tim Caro, dat vandaag in “Interne keuken”  voorkwam.   Dat (weliswaar door collega Sven afgenomen) interview met lezer van dienst Geerdt Magiels handelde over “Zebra stripes”, een te boek gesteld wetenschappelijk antwoord op de vraag waarom een zebra zwart/wit gestreept is, want dat moet immers een evolutionaire oorzaak hebben.  Achttien hypotheses tegen het licht gehouden, twintig jaar veldonderzoek, massa’s statistieken – met als conclusie dat de meest plausibele reden is dat het zwart/witte patroon de dieren beter beschermt tegen de bijtvliegen van de Afrikaanse savanne.    Let wel:   dat is geen zekerheid, het is enkel de meest plausibele hypothese.

Op dezelfde wijze onderzoekt Koen Fillet op picturale wijze de wereld en hij puurt daar iets uit dat bewondering afdwingt omdat het technisch goed gemaakt is, maar de kijker evenzeer aanzet tot existentiële bespiegelingen die toch ook een beetje de zijne moeten wezen  (conform onze stelling dat interactie tussen homo faber en homo studiosus  mogelijk is, als je tenminste maar goed kijkt).

Waarna deze beschouwer zich met zijn harem naar de Dageraadplaats begeeft en in een homo ludens  vervelt.    Niet alle trails zijn immers van existentiële aard, ha nee!  Koen Fillet wensen wij intussen veel succes met zijn verdere picturale odyssee, die net als dat onderzoek van Caro mogelijk geen spijkerharde zekerheden oplevert, maar wel bevrediging, voor maker èn kijker.   De weg kan boeiender zijn dan de aankomst, tenzij je een wielrenner bent.