Ceci n’est pas un escalier

Over ‘The Trail’, een serie schilderijen en linosnedes van Koen Fillet

‘Ik zie graag verf’ (Koen Fillet)

Er hield zich altijd al een schilder schuil in Koen Fillet. Maar die schilder moest wel geboren worden. “Waar zwangerschap bestaat volgt het baren vanzelf, te gepasten tijde”, schrijft Willem Elsschot met grote stelligheid in de Inleiding tot zijn roman ‘Kaas’. Nu heeft dat baren Koen Fillet wel enige tijd gekost: meer dan twintig jaar. Maar de schilder is er nu. Hij stààt er. En hij is gefocust.

Toen Koen Fillet negentien was, volgde hij korte tijd les op Sint-Lucas in Gent. Dat mislukte. Niet omdat hij geen talent had, maar omdat hij er niet klaar voor was. Vervolgens zou hij meer dan vijfentwintig jaar niet meer tekenen, op het maken van een occasioneel kerstkaartje na. Zeven jaar geleden begon hij opnieuw les te volgen aan de kunstacademie in Bornem en na twee jaar tekenen was de tijd rijp voor het schilderen.

Dat Koen Fillet kàn schilderen, bleek meteen toen hij in februari 2015 zijn eerste solotentoonstelling had: in Galerie C41 Exposure in Antwerpen. De opmerkelijkste en sterkste werken waren beelden van doodgewone objecten waarop de schilder resoluut inzoomde: een hagelwitte vuilniszak, het slot van een container, de ophanging van een oude, stalen brug, en de lamp van een verlichtingspaal. Hier en daar vielen klinknagels op, robuust geschilderd in al hun eenvoud.

Vaak keek Koen Fillet steil omhoog en schilderde wat hij zag vanuit een opmerkelijk kikkerperspectief. Op al die voorwerpen – die in hun hopeloos isolement geen functie leken te hebben – liet de schilder een schril, genadeloos licht schijnen, dat zich als etszuur mocht inbijten in de verf.

Soms keek de schilder ook omlaag. Een simpel afvoerputje, dat Fillet tegelijk brutaal en precies schildert, wordt even dreigend als een angstdroom of als het afzichtelijke nachtportret van een slapeloze.

Afgezien van die geïsoleerde objecten telkens op aparte doeken of panelen, was er één *serie* schilderijen: een ironisch, misschien zelfs sarcastisch bedoelde reeks waarin Koen Fillet de toenmalige aartsbisschop Léonard twaalf keer biddend schilderde: nu eens voor het zielenheil van Osama bin Laden, dan weer voor George W. Bush. En ja, Léonard bidt één keer voor het zielenheil van Koen Fillet zelf.

Ook de recentste schilderijen van Koen Fillet vormen een reeks met als titel The Trail. Ze zijn gewijd aan één onderwerp, maar zijn van een heel andere orde dan de Léonard-serie. In The Trail bekijkt de schilder één bepaald object – een witte, houten trap – vanuit zeer verschillende gezichtspunten. De wisselende kadrering is opmerkelijk. Ook het formaat is opmerkelijk. Het gaat om een uitgebreide reeks, die bestaat uit zes kleinere paneeltjes van 34,5 bij 31,5 centimeter, zes grotere doeken van 138 bij 126 centimeter (vier keer zo groot als de kleine werken) en één monumentaal werk – olieverf op doek – van 275 bij  250 centimeter (dat is twee keer het formaat van de grote doeken). Zes zwartwit linosneden (59,4 bij 42 centimeter – dat is dus A2-formaat) vervolledigen de reeks.

Even terzijde: Koen Fillet heeft iets met het cijfer zes en veelvouden ervan – maar dat is voer voor cijferfetisjisten.

Een schilder kan uiteenlopende redenen hebben om in serie te werken. De ene kunstenaar gebruikt hetzelfde onderwerp maar kleurt het telkens anders in, waardoor de gevoelswaarde en de lading wijzigen. Andere kunstenaars – de impressionisten – wilden de telkens wijzigende licht- en weersomstandigheden vastleggen: zelfde hooimijt, zelfde kathedraalgevel, telkens ander licht. En er zijn de kunstenaars die op obsessionele wijze in een reeks schilderijen de essentie van hun onderwerp proberen te doorgronden.

Ik noem opzettelijk geen namen. Maar die grote meesters kijken sowieso mee over de schouder van de hedendaagse schilder die een reeks aanvat. Een schilder mag dan alleen zijn in zijn/haar atelier, hij/zij is nooit eenzaam want in elke streep die hij/zij zet, trilt de hele kunstgeschiedenis mee.

Toch is Koen Fillet – althans volgens mij – niet bezig met het weergeven van subtiele lichtverschillen veroorzaakt door het wolkenspel, het zoeken naar de essentie van een witte trap, of het uitproberen van wisselende kleurzettingen. Hij heeft zich laten inspireren door een filmpje op YouTube en heeft verder uitsluitend geschilderd in de beslotenheid van zijn atelier, waar hij trouwens werkt onder egaal, immer hetzelfde neonlicht. Vergeet de romantiek van het noorderlicht.

Maar wat heeft hem dan wel tot deze reeks aangezet? Een mogelijkheid zou kunnen zijn dat hij toch persoonlijk aangetrokken was tot dit ‘objet trouvé’, dit toevallig gevonden beeld dat uit zijn spreekwoordelijke achtertuin kan komen: een houten trap, zoals die hier en daar voorkomt aan de dijken van het Scheldeland. De blik van Fillet kan ook zijn blijven haken aan het langzame verval van de trap: het hout vermolmt, verpulvert en versplintert, enkele treden zijn kapot en ingezakt, en de trap wordt langzaam overwoekerd door het struikgewas. De tijd verricht tergend traag maar onontkoombaar zijn verwoestende werking.

Toch denk ik dat de keuze van dit onderwerp en de schaal waarop het uitgevoerd is, nog andere redenen heeft.

Het formaat is bijzonder ambitieus. De schilder confronteert de kijker met grote formaten en met één werk dat zelfs meer dan levensgroot is. Door de grootschaligheid en de perspectiefwerking word je als kijker in enkele schilderijen als het ware naar binnen gezogen en meegesleurd in de diepte. ‘Vertigo’. Dat is de kracht van schilderkunst en deze reeks schilderijen zet die kracht in de verf.

Tegelijk heeft de reeks een filmisch aspect, hoewel je snel merkt dat het Fillet niet te doen is om subtiele verschuivingen van een camerastandpunt: er komt geen travelling aan te pas, het gaat wel om één beeld dat telkens anders, opvallend ànders, gekadreerd wordt.

En zo kom ik tot mijn punt: Koen Fillet verlegt in elk schilderij zijn focus. De ene keer zijn dat de doorgezakte treden, de andere keer de plek waar de witte balken samenkomen, nu eens de kopse kant van de leuningen, dan weer het woekerende struikgewas, en, ten slotte, een close up van de witte leuning – een forse, stevige balk als een streep door het beeld.

Het is opvallend hoe Fillet onze blik dirigeert: van de diepte naar de focus op de witte balken. Alsof hij wil dat onze blik blijft haken, onze blik doorkruist wordt door wit, wit en nog eens wit. Maar kijk goed, want in dat wit zitten vele nuances. En ook in het zwart, dat Fillet zelf mengt op basis van rood en groen (kraplak en phthalo groen om precies te zijn), waardoor het er telkens weer anders uitziet.

In essentie gaat het Koen Fillet om de verf en het schilderen. Het is allemaal begonnen met de zes kleine formaten: olieverf op afgedankte, houten keukendeurtjes. Die zijn fijn en nauwgezet geschilderd.

Naarmate hij op groter formaat is beginnen werken, is hij opzettelijk almaar minder nauwkeurig, minder precies gaan schilderen. Het grotere formaat gaf hem meer armslag. Het is die driestheid van schilderen die deze reeks bijzonder boeiend maakt.

Door in te zoomen en uit te vergroten kan hij almaar brutaler schilderen, almaar abstracter. Fillet kan in deze grote formaten zijn mogelijkheden aftasten. Hoe breed kan zijn gebaar gaan, hoeveel wit kan hij gebruiken, hoezeer kan hij het wit laten ontploffen, het wit laten invreten in de compositie en vervolgens het beeld ‘kapotschilderen’? Over de schilder Peter Doig zegt Fillet: “Hij schildert zijn werk kapot. Je ziet de verf ervan afdruipen, je ziet dat er accidenten gebeurd zijn tijdens het schilderen. Dat moet ik zelf ook nog meer doen, mijn werk kapotschilderen.”

Het gaat dus om het genot van het schilderen, het zich laten meesleuren tijdens het schilderen. Maar vergis u niet: schilderen is mensenwerk en hard labeur. Verf is weerbarstig. Er is veel verf nodig om smeuïg te kunnen borstelen. Op dergelijk groot formaat schilderen is belastend en fysiek uitputtend. De schilder kan niet constant op en af de ladder om zijn werk op enkele meters afstand te gaan bekijken. Het is dus giswerk, uitproberen, stil voortwerken en vertrouwen op de expertise die je als schilder hebt opgebouwd en op het innerlijke oog dat je hebt. En er is ongetwijfeld de verrassing om te zien wat ‘accidenten’ aan schoons kunnen opleveren.

De witte trap is een aanleiding, een voorwendsel om te kunnen schilderen. Deze trap is dus geen trap. Ceci n’est pas un escalier.

“Zodra ik begonnen ben”, zegt Koen Fillet, “doet het er niet meer toe of ik nu een vrouw of een afvoerputje of een stuk van een container aan het schilderen ben. Dan is de betekenis nul. Waarmee ik bedoel dat er tijdens het schilderen iets gebeurt, waardoor niet die container, maar wel die verf het belangrijkste is.”

Toch blijf ik denken dat Koen Fillet, heel diep van binnen, ons nog iets wil vertellen met deze fijne, kleine én monumentaal overrompelende werken. Hij wil ons doen kijken. “Kijk goed”, lijkt hij ons te willen zeggen. Gebruik je ogen. En zie naar al die subtiele verschillen. Kom naderbij – verf bijt niet – en ga daarna weer verderaf kijken.

En misschien is het veelbetekenend dat een journalist/radiomaker zo ver weg gaat van context en kiest voor een doodgewoon object. Geen ‘nieuws’, weinig wereld. De schilder geeft gewicht aan een op zich onbetekenend detail: een witte, krakkemikkige trap. Hij kijkt weg van de waan van de dag. Hij geeft zijn ogen de kost en laat de tijd in de verf stollen. Hij schildert zo lang tot het ding bezield wordt, een lading krijgt. Tot we verbluft kijken naar een oorverdovend stil tafereel. Dat in de beste Morandi-traditie – nu noem ik toch een schilder – over verf gaat en tegelijk over veel meer dan verf gaat: de buitenkant van dingen, de ondoorgrondelijke buitenkant van zaken die geen krimp geven, hoe lang en intens we ook blijven kijken. En onze verwondering daarover.

Zoals Oscar Wilde al zei: “The true mystery of the world is the visible, not the invisible.”

Koen Fillet heeft zijn werkelijkheid in de verf gezet.

(Eric Rinckhout)

Deze tekst – gebaseerd op een gesprek met Koen Fillet en een bezoek aan zijn atelier, 27 januari 2017 – werd in licht gewijzigde vorm gepubliceerd in het kunstboek bij de tentoonstelling THE TRAIL

Het motto en enkele citaten komen uit het interview dat Sofie Mulders en ikzelf hadden met Koen Fillet, ‘Verf erover. Koen Fillet wil de journalistiek laten voor wat ze is en toont zijn schilderijen’, gepubliceerd in De Morgen op 28 februari 2015.